In discussies over Engelstalig onderwijs in Nederland, wordt de taalvaardigheid van de docent vaak vooropgesteld. In dit artikel betogen wij dat didactische vaardigheden minstens zo bepalend zijn voor succesvol Engelstalig onderwijs en laten we zien dat docenten effectiever kunnen lesgeven in het Engels door taalvaardigheid en specifieke didactische en communicatieve vaardigheden tegelijkertijd te ontwikkelen.
In artikelen over lesgeven in het Engels duiken ze altijd op: de vermakelijke voorbeelden van door docenten gebezigd steenkolenengels. Aan de Technische Universiteit Delft zijn studenten er zelfs toe over gegaan een “Worst Teacher Award” uit te reiken aan docenten die uitspraken gebruiken als “the results are in battle with the theory” en “I tried to lead you around the garden”. Natuurlijk zijn dit soort fouten storend, maar het is onterecht dat dergelijke smeuïge voorbeelden als belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs in Nederland worden opgevoerd. 
Het spreekt voor zich dat de docent over een bepaald minimum taalvaardigheidsniveau moet beschikken om in het Engels te kunnen lesgeven. Onze ervaring is dat tevens juist communicatieve en didactische vaardigheden een grote rol spelen in de effectiviteit van het Engelstalig onderwijs. We lichten dit in de volgende alinea toe met een voorbeeld en een onderzoeksuitkomst.
Twee uitersten
Neem een docent die vrijwel perfect Engels spreekt, maar geen contact legt met studenten. Hij presenteert in een lange monoloog een stortvloed van informatie waarin hoofd- en bijzaken en irrelevante details niet van elkaar te onderscheiden zijn. Vergelijk dit met een docent die Engels spreekt in simpele zinnen met een hoorbaar Nederlands accent en wiens woordenschat te wensen overlaat. Deze docent legt contact met de studenten, stelt hen veel vragen, en betrekt hen bij het onderwijs door hen zelf korte presentaties te laten verzorgen. In student-evaluaties scoort de tweede docent hoger dan de eerste, ondanks zijn veel gebrekkiger Engels.
Dit (waargebeurde) voorbeeld illustreert niet alleen dat goed Engels op zich niet zaligmakend is, maar ook dat je minder goed Engels kunt compenseren door goed les te geven. Uit promotie-onderzoek (Klaassen, 2001), blijkt dat de waardering die studenten hebben voor de doceervaardigheid van docenten in Engelstalig onderwijs met name wordt beïnvloed door presentatie- en uitlegvaardigheden (met name levendigheid, ondersteunende gebaren, gebruik van voorbeelden, toelichten van onbekende termen enz).
De uitdaging
Uit ander onderzoek (samengevat in Vinke, 1995), blijkt dat docenten die in een tweede taal lesgeven vaak minder effectief doceren, omdat ze minder gebaren gebruiken, en interactie met studenten uit de weg gaan. Bovendien gebruiken ze minder uitdrukkingen die de structuur van hun les expliciet maken. Denk aan zinnen als “First, we will...”, “So, that’s all about the first point, let’s move on to the second”.
Ook is het lastiger voor docenten om “de juiste toon aan te slaan”, omdat ze beschikken over een beperkter repertoire aan uitdrukkingen voor bijvoorbeeld het geven van feedback aan studenten (zie Broeren, 2008).
Tegelijkertijd is het zo dat voor de meeste studenten in het Nederlandse onderwijssysteem Engels ook een tweede taal is. Dat betekent dat ze harder moeten werken om de boodschap te verwerken en hun eigen mening te formuleren. Wat studenten hierbij nodig hebben is juist méér ondersteuning door middel van gebaren, structuuraanduidingen en interactie.
Kort samengevat, gaan docenten die in een tweede taal lesgeven juist datgene minder doen, wat studenten die in een tweede taal leren het meeste nodig hebben. Daarom is het belangrijk dat docenten aandacht besteden aan hun didactische en communicatieve vaardigheden in het Engels.
Integratie
Effectief lesgeven in het Engels gaat dus over een samenhangend complex aan vaardigheden die de docent moet kunnen integreren. Engels spreken èn oogcontact maken met het publiek, heldere ondersteunende gebaren maken, accenten leggen met behulp van intonatie, de structuur van het betoog expliciet aangeven, vragen stellen, studenten activeren en adequaat reageren op input van studenten.
Dit klinkt wellicht als een grote opgave, maar onze ervaring is juist het omgekeerde. Keer op keer ervaren wij dat docenten hun effectiviteit in korte tijd aanzienlijk kunnen vergroten door te focussen op de communicatie met de studenten in plaats van op de tekst, door ondersteunende gebaren te gebruiken, en het begrip van studenten regelmatig te checken.
Red thread
Het goede nieuws is dus dat communicatieve en didactische vaardigheden snel tot verbetering van het onderwijs kunnen leiden. "Red thread" is een schimmelziekte die gras aantast, niet de rode draad in een verhaal. Het is handig om niet in dit soort veelvoorkomende valkuilen te stappen. Uit het voorgaaande blijkt wel dat lesgeven in het Engels meer behelst dan alleen het verbeteren van de algemene Engelse taalvaardigheid. Docenten toerusten om goed in het Engels les te kunnen geven, dat zou het doel moeten zijn.
Literatuur:
Broeren, M, 2008, Onderwijsinteractie in een eerste en tweede taal, het effect van voertaal op het verbale repertoire van een docent in onderwijsinteractie, Masterthesis, Faculteit Geesteswetenschappen, UvT
Klaassen, R. G. , 2001, The international University Curriculum, challenges in English-medium engineering education, proefschrift TU Delft
Vinke, A. A., 1995, English as the Medium of Instruction in Dutch Engineering Education, IOS Press
Dit artikel is geschreven door Evelyn van de Veen en Karin Herrebout, voor het Centrum voor Nascholing Amsterdam
Het Centrum voor Nascholing Amsterdam (CNA) verzorgt in alle sectoren van het onderwijs professionaliseringsactiviteiten voor docenten, management en onderwijsondersteunend personeel. CNA voert de nascholingsactiviteiten uit van het Instituut
voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam en van de Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding.
