‘Ik wil ook een boek schrijven.’ Als mensen horen dat ik schrijfster ben, vertrouwen ze me dat trots of enigszins beschroomd toe. ‘Moet je doen, meteen mee beginnen,’ ben ik dan geneigd te zeggen. In dit artikel wil ik laten zien wat er zoal komt kijken bij het schrijven van een boek, dat je het niet zomaar even tussendoor schrijft, maar ook dat het de moeite waard is.
Alles is al geschreven
Over alles is al geschreven. Romans over liefde, haat, leven en dood, en
alles wat daartussen zit. In non-fictie zoals vakboeken dienen zich nog wel eens totaal nieuwe onderwerpen aan, alleen al omdat de techniek zich ontwikkelt. Volgens onderzoek (Trouw Schrijfonderzoek 2007) heeft ruim 1 miljoen Nederlanders schrijven als hobby, en wil nog eens zo’n zelfde aantal daar ooit mee beginnen. Bijna 100.000 mensen willen hun manuscript naar een uitgever sturen.
Op boekenbeurzen als Manuscripta dient zich elk jaar een enorm aantal nieuwe boeken aan. Boeken waarvan schrijvers en uitgevers weten dat een minimaal deel voorbestemd is voor de bestseller-status. Een deel verkoopt korte tijd redelijk, een nog kleiner deel zal een blijvertje zijn in de kast van de boekwinkel. Maar een groot deel eindigt binnen een jaar roemloos in de ramsj of wordt tot pulp vermalen in de oudpapierindustrie. Daarmee krijgt het de functie van humus en dient het als voedingsstof voor een nieuwe generatie boeken, waar de wereld misschien ook niet op zit te wachten.
Wanneer ik als schrijver op zo’n beurs loop, raak ik altijd wel even ontmoedigd. Wat heb ik nou nog aan dit aanbod toe te voegen? Maar de volgende dag aan mijn schrijftafel denk ik: En toch heb ik nog iets heel anders te schrijven.
TIP: Overweeg goed welk boek jíj nog hebt toe te voegen aan wat er al is. Welk boek kun jij, - dankzij jouw speciale kennis, ervaring, talent – en jij alleen, schrijven?
Mijn idee is briljant, alleen nog opschrijven
Je hebt een briljant idee, maar hoe begin je?
Afhankelijk van je onderwerp of thema kun je eerst beginnen met research, zodat je weet wat er allemaal al is en of bv. technisch mogelijk is wat je hebt verzonnen. Met internet heb je een gigantische bibliotheek tot je beschikking. Maar je kunt ook met (ervarings)deskundigen praten, een oproep plaatsen om reacties of boeken lezen.
Ik heb ooit voor een thriller bij de politie geïnformeerd naar hoe een verdronkene oogt die uit het water wordt gehaald. Ik wist daardoor dat het verdrinkende hoofdpersonage hoogstwaarschijnlijk niet meer haar kind had kunnen vasthouden. Dat maakte dat ik het slotbeeld van mijn boek moest aanpassen.
Zelfs een volkomen gefantaseerd verhaal moet aan de eisen van de logica voldoen. Bij een wetenschappelijk boek moeten de feiten zeker kloppen. Dus check, double check, triple check. Soms kom je er gaandeweg het schrijven pas achter dat je nog informatie mist. Research is ook dan en later bij de revisie nodig.
TIP: Blijf het beginnen niet uitstellen. Perfectionisten hebben de neiging eerst alles in kaart te brengen, voordat ze kunnen schrijven. Vaak komen ze er dan niet eens meer aan toe.
TIP: maak proefstukjes. Vrouwen van vroegere generaties die gingen haken, breien of borduren maakten eerst een proeflapje. Om te oefenen en om de smaak te pakken te krijgen. Maak proefstukjes om je eigen toon te vinden en je personages te leren kennen, zodat je daar in je eerste hoofdstukken niet je lezer mee hoeft te vermoeien. Het voorkomt bv. ook dat je een hele roman schrijft en dan tot de ontdekking komt dat schrijven in de verleden tijd je toch beter ligt. Of dat je met de ik-vorm aan het eind niet uit de voeten kunt omdat je dan de begrafenis van je ik-figuur niet meer kunt beschrijven. In een roman kan dat natuurlijk wel, maar je moet als schrijver van heel goeden huize komen om dat geloofwaardig te doen.
Ik heb een writer’s block
Sommige mensen beginnen meteen vol vuur te schrijven. Maar plotseling lopen ze vast, de twijfel slaat toe. Het roemruchte writer’s block? Ik geloof niet zo in een writer’s block, althans het komt maar weinig voor. En als je blokkeert, is dat waarschijnlijk niet voor niets.
Je hebt rust nodig. Het is goed om afstand te nemen en er daarna weer eens kritisch naar te kijken. Misschien blijkt dan wel dat je het helemaal niet goed vindt wat je schreef. Die blokkade behoedt je dan voor doormodderen. Maar als je van het type ‘Makkelijk leven’ bent, ontdek je nu ook dat schrijven gewoon werken is. Hard werken zelfs.
Het beeld van de getergde, enigszins wereldvreemde schrijver die langs kroegen doolt en ’s nachts met een halfbeneveld hoofd zijn meesterwerk schrijft, is sterk geromantiseerd. Veel schrijvers houden er een strak werkschema op na, al hoeft dat niet per se van negen tot vijf te zijn. Er zijn bovendien heel wat schrijvers die ook nog een ‘gewone’ baan hebben en die hun schrijfuren dagelijks moeten veroveren op werk voor de baas, zorgtaken en andere sociale lusten en lasten.
TIP: Kom je moeilijk tot schrijven of doorschrijven, sluit je aan bij een schrijfgroep of zoek een andere schrijver met wie je ervaringen uitwisselt en geef elkaar eventueel als proeflezer commentaar. Op de website www.schrijvenonline.org vind je een schat aan informatie over schrijven, maar ook een levendig forum (‘Salon’), waarin schrijvers vragen en ervaringen uitwisselen.
TIP: blokkeer schrijfdagen in je agenda en als dat te hoog gegrepen is, schrijfuren. Neem ze op de eerste plaats zelf serieus, anders doen anderen dat zeker niet.
Schrijven kun je niet leren
Een bepaalde mate van aanleg, taalgevoel, fantasie en inlevingsvermogen is nodig, maar alleen met talent red je het niet. Het voltooien van een boek vraagt ook om heel andere vaardigheden, zoals zelfinzicht, omgaan met kritiek en incasseren van teleurstellingen, organisatievermogen, doorzettingsvermogen en opkomen voor jezelf. Zulke competenties kun je deels ook ontwikkelen door training.
Veel schrijftechnische aspecten kun je leren, zoals perspectiefkeuze, taalkundige tijd, tijdsverloop en structuur, stijl en dialogen. Dat kun je op de eerste plaats leren door veel te oefenen en door schade en schande. Een cursus kan dat proces versnellen, doordat een docent of het lesmateriaal je bewust maakt van valkuilen en handigheden.
Zelf heb ik Nederlands gestudeerd, maar in die periode zat me al die
kennis alleen maar in de weg. Ik wist te veel van regels en teksteisen en had me jarenlang verdiept in de meesterwerken van onze literatuur. Dat maakte me te nederig. In schrijfcursussen had ik sneller kunnen oefenen met stijl en techniek.
Overigens is een zekere eigenwijsheid een andere goede eigenschap voor een schrijver: kritiek serieus ter harte nemen, maar vooral doen wat vóor jouw boek goed is. Zelfs als dat er in het ergste geval toe leidt dat geen enkele uitgever het wil publiceren.
TIP: zoek je een schrijfcursus, kijk dan wat het beste past bij het boek dat je wilt schrijven en je persoonlijke omstandigheden. Wil je in een korte periode leren, en ook van medecursisten, kies dan een mondelinge cursus. Vaak krijg je huiswerkopdrachten voor de korte termijn en dat kan een mooie stok achter de deur zijn. Wil je in je eigen tempo leren en individuele feedback krijgen, kies dan een schriftelijke cursus of een andere vorm van individuele begeleiding. Dat geldt ook als je in het buitenland woont of anderszins fysiek niet een cursus kunt bijwonen. Bij deze cursusvorm is zelfdiscipline uiteraard nog meer vereist.
TIP: doe mee aan schrijfwedstrijden, die zowel voor fictie als non-ficitie bestaan. Ze zijn prima om te oefenen met stijl, ze dwingen je tot een thema, omvang en deadline. In het beste geval leer je iets van een juryrapport of nog beter: win je en vestig je de aandacht van een uitgever op je werk. Op de site www.schrijvenonline.org vind je bij Activiteiten een actueel overzicht van schrijfwedstrijden.
Uitgevers vechten om mijn boek
Je hebt je boek af, althans jij vindt dat het op dit moment het beste is wat je te bieden hebt en dan wil je het de wereld insturen. Van de feiten word je niet vrolijk. Bij een gemiddelde uitgeverij van romans bijvoorbeeld komen er per dag drie manuscripten ongevraagd binnen, dat is meer dan duizend per jaar. Hoe kom je in hemelsnaam bovendrijven uit die stapel?
Meestal niet door – weliswaar opvallend – je manuscript echt handgeschreven in te dienen. Ook niet door het persoonlijk bij een uitgeverij in Amsterdam, zetelend in een fraai grachtenpand, af te geven met de boodschap: dit moeten jullie nú uitgeven. Goud, dat is het! Blijven bellen of ze het al bekeken hebben, helpt evenmin.
Slechts een fractie van die hele stapel brengt het tot uitgave. De rest gaat retour afzender, vergezeld van een standaardbriefje, tenminste als je postzegels hebt bijgevoegd. Geef het niet op na een afwijzing, en ook niet na twee. Je manuscript kan best kwaliteit hebben, maar echt niet passen in het fonds van die uitgeverij of je hebt de pech dat ze net al een boek hebben uitgegeven met datzelfde thema.
Je kunt je boek ook in eigen beheer uitgeven. Je houdt alles zelf in de hand, met alle voor- en nadelen. Je moet je dan immers ook bezighouden met redactie, vormgeving, drukproces, distributie en promotie. Dat is een echt vak, maar deels kun je dat werk ook uitbesteden. Er zijn veel uitgeverijen waar je terecht kunt voor uitgaven in eigen beheer, zoals printing on demand.
TIP: Handboek voor Schrijvers, Maaike Molhuysen en Louis Stiller, uitgeverij Augustus 2009. Het geeft uiteenlopende informatie over schrijven en publiceren.
TIP: Om je weer met beide benen op de grond te zetten nadat je in een ‘flow’ je boek hebt geschreven, maar ook ter informatie, bemoediging en vermaak, twee leestips:
- Paul Sebes ‘Beststeller’, uitgeverij Thomas Rap 2008
- Renate Dorrestein ‘Het geheim van de schrijver’, uitgeverij Contact 2000
Ik wil nog steeds een boek schrijven
Een boek schrijven is gewoon hard werken, maar als het uiteindelijk lukt, geeft dat ongelooflijk veel voldoening. Bovendien gun ik je het gevoel van trots en geluk dat jouw eigen boek in de kast staat van de boekwinkel, liever nog in hoge stapels ligt op een prominente tafel bij de ingang.
Ik heb geprobeerd een realistisch beeld te schetsen van wat er allemaal komt kijken bij het schrijven van een boek. Laat je vooral niet ontmoedigen. Dat deed ik ook niet nadat mijn eerste twee romans meestal weer als een boemerang, met standaardafwijzing, in mijn brievenbus belandden. Pas veel later zag ik dat al die uitgevers gelijk hadden. Maar ik moest die mislukte boeken wel schrijven, om te oefenen.
En natuurlijk zijn er nog altijd schrijvers die bij hun eerste poging een uitgever vinden en van wie het boek daarna ook nog eens een bestseller wordt. Die verhalen heb je ook nodig. Want waarom zou jij niet een van die natuurtalenten zijn die onmiddellijk herkend en erkend worden?
TIP: Reviseer, corrigeer, schrap, probeer uit, gooi weg, redigeer, huil uit en begin opnieuw. Maar vooral: heb vertrouwen in wat je doet! Dat je alleen al uitvoering geeft aan je voornemen om een boek te schrijven, is een compliment aan jezelf waard.
Dit artikel is geschreven door Annie van Gansewinkel:
Zij is schrijfster van boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen. Daarnaast geeft
ze uiteenlopende mondelinge en schriftelijke cursussen en workshops. Bovendien geeft ze bedrijfstrainingen schriftelijke communicatie. Op haar weblog schrijft ze onder meer over haar eigen worstelingen bij het schrijven.