Veiligheid is een belangrijk onderwerp
in onze samenleving. Ook op het gebied van arbeid. Werk neemt immers een groot deel van ons leven in beslag en niemand wil letsel oplopen op de werkvloer of eerder doodgaan omdat hij onnodig aan bepaalde stoffen was blootgesteld. Bovendien leveren verzuim en verstoring van het productieproces ook ongewenste effecten op voor het bedrijf.
Maar wat houdt arbeidsveiligheid nu eigenlijk in? Zijn er meer soorten veiligheid? Hoe ziet de toekomst van de veiligheidskunde er in Nederland uit? Hoe gaat Nederland om met veiligheid? Welke soorten veiligheidskundige beroepen zijn er en wat is het werkveld van de verschillende veiligheidskundigen?
Ontwikkelingen en trends
Nederland is in belangrijke mate een kennis- en diensteneconomie geworden en veel werk wordt gedaan in kantooromgevingen. Daarbij is de mens als arbeidsfactor van steeds grotere betekenis en daarmee ook diens werkomstandigheden. Bij optimale omstandigheden functioneert hij immers beter, is creatiever en draagt daardoor bij aan de prestaties van het bedrijf. Ook wordt hiermee de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers vergroot (hetgeen bij de toenemende vergrijzing steeds belangrijker gaat worden). De medewerker draagt door de betere prestaties ook bij tot het incasseringsvermogen en de veerkracht (resilience) van het bedrijf.
In toenemende mate zijn daarom de menselijke en gedragsfactoren bij de arbeid van belang.
Veel SZW-programma’s om het aantal ongevallen verder terug te dringen zijn met name daarom op het gedrag van werknemers gericht en minder op de oudere thema’s als het verbeteren van de technische factoren zoals productveiligheid, machine veiligheid, enz.
Een andere trend is dat er steeds meer aandacht komt voor andere veiligheidsdomeinen: procesveiligheid, consumentenveiligheid, verkeers- en spoorveiligheid, voedselveiligheid, patiëntveiligheid, sociale veiligheid, productveiligheid, etc. Een voorbeeld bij uitstek is de toenemende belangstelling op het gebied van patiëntveiligheid. In de medische wereld is op dit gebied nog zeer veel winst te boeken en kunnen tal van vermijdbare fouten worden teruggedrongen.
In onze kennis- en diensteneconomie zullen Nederlandse bedrijven het steeds meer van kwaliteit moeten hebben en in het kader van de afnemende natuurbronnen ook van duurzaamheid. Behalve met veiligheid houden veel bedrijven/instellingen zich daarom ook steeds meer bezig met kwaliteit en milieu (duurzaamheid, sustainability en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).
Kwaliteitssystemen en milieumanagementsystemen maken daarom een opmars.
Deze terreinen zijn deels overlappend met de veiligheidskunde.
Een andere trend is dat de overheid steeds meer terugtreedt. De Arbowet wordt steeds verder ingeperkt tot een wet waarin alleen nog maar doelvoorschriften staan. De door de Arbeidsinspectie gebruikte arbobeleidsregels waarin nog vele middelvoorschriften stonden, zijn en komen voor een groot deel te vervallen. De sociale partners krijgen zelf steeds meer vrijheid de voor hen geschikte middelen uit te kiezen om de gestelde doelen te behalen. De overheid roept nog wel voor de vorm dat zij stevig gaat toezien of de bedrijven hun verantwoordelijkheid t.a.v. veiligheid goed oppakken, maar doordat tegelijkertijd de Arbeidsinspectie verder wordt ontmanteld en steeds minder capaciteit krijgt, kan dat eigenlijk niet serieus worden genomen.
Het verplichte instrument de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), dat op zich een geweldig middel is om stelselmatig de arbeidsomstandigheden te verbeteren binnen de bedrijven en het beste uit de werknemers te halen, dreigt steeds meer ondermijnd te worden. Er komen branche-RI&E’s die soms uit niet meer dan een afvinklijstje bestaan en als een bureaucratische verplichting worden gezien. De borging op de kwaliteit van de RI&E in de vorm van de toets van de RI&E-rapportages wordt steeds verder afgevlakt.
Belangrijkere rol van de veiligheidskundigen (en andere arboprofessionals)
De veiligheidskundige kan inspelen op deze trends en zorgen dat hij daarin een belangrijke meerwaarde kan bieden. De veiligheidskundige kan bijdragen aan de ontwikkeling van arbocatalogi, de arbokennisdossiers en het uitbrengen van boeken om bedrijven in staat te stellen om toch een goede RI&E uit te voeren, bijvoorbeeld het “Handboek Risicobeheersing, Een stappenplan voor het maken van een RI&E” (uitgave Uitgeverij Kerckebosch, november 2011).
De veiligheidskundige kan de leemte die ontstaat door de terugtredende overheid, opvullen door bedrijven te helpen met deskundige advisering op het gebied van risicobeheersing en te helpen bij het opstellen van middelvoorschriften. Daarbij wordt de ontwikkeling van techniek naar organisatie en gedrag/cultuur en het verschuiven van symptoomaanpak naar een meer duurzame fundamentele aanpak gevolgd.
De veiligheidskundige kan met zijn brede organisatiekennis een goede rol vervullen in het koppelen en integreren van systemen als veiligheid, kwaliteit en milieu.
Kortom de toekomst voor de veiligheidskundigen is rooskleurig, er is nog veel werk te doen. Veiligheid is immers zowel in de politiek als binnen het bedrijfsleven permanent op de kaart gezet.
Dit artikel is geschreven door PHOV:
De PHOV is voorgekomen uit TNO Innovation for life, Haagse Hogeschool, Hogeschool Utrecht en de Hogeschool Zuyd. Met deze participanten valt er dan ook wel iets te verwachten. Door de bundeling van de krachten van deze instituten is het niveau van de opleidingen van zeer hoge kwaliteit.