Geavanceerd objectgeoriënteerd programmeren
Open Universiteit biedt haar producten standaard aan in de volgende regio's: Brugge, Gent
INHOUDDe cursus bestaat uit vier blokken.
Het grootste deel van het eerste blok is gewijd aan het typesysteem van Java. Ten eerste wordt overerving behandeld. Dynamische binding van methoden is daarbij een sleutelbegrip. Vervolgens komen abstracte klassen en interfaces aan de orde, begrippen die een belangrijke rol spelen bij het definiëren van zogeheten ontwerppatronen: schematische oplossingen voor veelvoorkomende problemen. Het blok eindigt met een korte behandeling van generics: de uitbreiding van Java die het gebruik van typeparameters mogelijk maakt.
Het tweede blok voltooit de behandeling van de taalconcepten van Java. De eerste twee leereenheden gaan over fouten die kunnen optreden i…
Er zijn nog geen veelgestelde vragen over dit product. Als je een vraag hebt, neem dan contact op met onze klantenservice.
INHOUDDe cursus bestaat uit vier blokken.
Het grootste deel van het eerste blok is gewijd aan het typesysteem
van Java. Ten eerste wordt overerving behandeld. Dynamische binding
van methoden is daarbij een sleutelbegrip. Vervolgens komen
abstracte klassen en interfaces aan de orde, begrippen die een
belangrijke rol spelen bij het definiëren van zogeheten
ontwerppatronen: schematische oplossingen voor veelvoorkomende
problemen. Het blok eindigt met een korte behandeling van generics:
de uitbreiding van Java die het gebruik van typeparameters mogelijk
maakt.
Het tweede blok voltooit de behandeling van de taalconcepten van
Java. De eerste twee leereenheden gaan over fouten die kunnen
optreden in programma's en hoe daarmee om te gaan. Leereenheid 6
bekijkt welke soorten fouten er zijn, wat er gedaan moet worden om
ze op te merken (testen) en hoe hun oorzaak opgespoord kan worden
(debuggen). Java biedt een mechanisme om bepaalde soorten fouten af
te handelen (exception handling). Dit is het onderwerp van
leereenheid 7. Leereenheid 8 ten slotte biedt een korte inleiding
in het programmeren met threads, waardoor parallellisme mogelijk
wordt. We geven aan hoe een programma met meerdere threads gemaakt
kan worden, maar laten ook zien dat u zich daarmee op glad ijs
begeeft.
Het onderwerp van blok 3 is gegevensopslag. Ingegaan wordt op de
koppeling van een Java-programma met een relationele database via
JDBC (Java Database Connectivity).
Het laatste blok behandelt de constructie van gebruikersinterfaces.
In twee leereenheden wordt ingegaan op het werken met
Swing-componenten; ook het event handling-mechanisme komt daarbij
aan de orde. De laatste leereenheid beschrijft het
Observer-patroon, een veelgebruikt en belangrijk ontwerppatroon dat
het mogelijk maakt om de domeinlaag geheel onafhankelijk te houden
van de gebruikersinterfaces, ook wanneer het initiatief voor
wijzigingen in die interfaces bij de domeinlaag ligt. Tevens komt
het Mode-View-Controller patroon kort aan de orde.
Leerdoelen
Na het volgen van deze cursus wordt verwacht dat u:
– de syntaxis en semantiek van een deel van de taal Java kent;
– met name begrip heeft van overerving (inclusief het gebruik van
abstracte klassen en interfaces), van exception handling en van
threads;
– eenvoudige generieke klassen kunt definiëren;
– begrip heeft van de wijze waarop in objectgeoriënteerde
programma’s gebruikgemaakt kan worden van programmeren tegen een
interface;
– een eenvoudig concurrent programma kunt programmeren;
– de manier kent waarop persistentie van gegevens gerealiseerd kan
worden door middel van koppeling met databases (package java.sql)
en deze ook kunt toepassen;
– in staat bent om met behulp van de package javax.swing zelf een
grafische gebruikersinterface te programmeren;
– het observerpatroon kunt toepassen.
Er zijn nog geen veelgestelde vragen over dit product. Als je een vraag hebt, neem dan contact op met onze klantenservice.
